I Inleiding
II Het Onderwijs
III School en gezondheid
V Overige Zaken
VI Bijlagen
Download de Schoolgids

Omdat we als negen scholen onder één vereniging vallen, hebben we op een aantal punten een gezamenlijk beleid ontwikkeld. Het betreft de volgende zaken.

Leerlinggebonden financiering

Als 9 scholen van onze vereniging hanteren we op dit gebied het volgende beleid. Op basis van de nieuwe wettelijke regeling leerlinggebonden financiering kunnen leerlingen met een handicap in het basisonderwijs geplaatst worden. In deze paragraaf geven we aan welk beleid we op school ontwikkeld hebben met betrekking tot integratie van leerlingen met een handicap. We hebben allereerst een analyse gemaakt van onze beginsituatie. We hebben deze analyse uitgevoerd aan de hand van de volgende invalshoeken:

Daarna is in vergaderingen van personeel, schoolcommissie, Algemeen Bestuur en M.R. gesproken over te voeren beleid. Door het Algemeen Bestuur is vervolgens de volgende beleidstekst vastgesteld:

“Met ingang van 01-08-2003 is de regeling Leerlinggebonden Financiering (LGF) van start gegaan. LGF biedt ouders van kinderen met een handicap of stoornis meer ruimte om een bewuste keus te maken voor een school die het beste bij hun kind past: de reguliere basisschool of een school voor speciaal onderwijs. Kiezen ze voor een reguliere school in de buurt, dan moet deze school wel de juiste zorg en aandacht kunnen besteden aan hun kind. Daarom komt er meer samenwerking tussen reguliere en speciale scholen, zodat ze samen onderwijs op maat en goede zorg kunnen bieden aan gehandicapte kinderen. Het gaat erom dat ouders samen met een reguliere of speciale school tot een juiste keuze komen die in het belang is van het kind."

Niet enkel door de invoering van de regeling LGF is door bevoegd gezag, MR en leerkrachten nagedacht over het plaatsen van gehandicapte kinderen. Ook voordat de regeling bestond en tijdens het invoeren van de regeling volgden gehandicapte kinderen het onderwijs op onze school. Het leerkrachtenteam heeft een positieve intentie t.a.v. integratie van gehandicapte leerlingen. Dat heeft te maken met een tweetal zaken:

Allereerst denken we dat vanuit de Christelijke grondslag van de schoolvereniging we als scholen, en mensen die daarin werken, open moeten staan voor een samenleving waarin aandacht is voor gehandicapten. Daarnaast denken we dat het voor de andere kinderen op school een verrijking kan zijn om samen naar school te gaan met kinderen met een handicap.

We benadrukken evenwel dat bij de beslissing tot toelating van een gehandicapt kind, voorop dient te staan het belang van het kind en daarnaast de mogelijkheden die de school heeft om de juiste zorg en aandacht aan dit kind te besteden. Dit leidt er o.i. ook toe dat er geen algemene uitspraak gedaan kan worden over wel of niet toelaten, maar dat toelating van geval tot geval bekeken zal dienen te worden.

Dat leidt tot het volgende toelatingsbeleid:

Op onze school worden bij een aanmelding van:

a. In een intakegesprek met de ouders de behoefte aan begeleiding en zorg doorgenomen. (gebruik maken van “Intakeprotocol LGF” )

b. Aan de hand van een aantal aandachtspunten de hulpvraag van het kind en de consequentie van plaatsing doorgenomen. (gebruik maken van “Intakeprotocol LGF” en “Aandachtspunten bij toelatingsprocedure”)

Vervolgens wordt aan de hand van deze vragen en consequenties bezien of de school in staat is de juiste onderwijskundige antwoorden en de juiste zorg en begeleiding te bieden. Centraal in de beantwoording staan het belang van het aangemelde kind en de mogelijkheden van de school om het ontwikkelingsproces van het kind te ondersteunen.

Daarnaast zal door het schoolteam bekeken moeten worden of men denkt dit kind te kunnen begeleiden zonder dat andere kinderen daardoor tekort komen. De school zal bij die beantwoording gebruik maken van de ondersteuning van bijvoorbeeld een school aangesloten bij een Regionaal Expertise Centrum en/of van de mogelijkheden die het samenwerkingsverband WSNS biedt.

Bij het besluit (uiteindelijk te nemen door het bevoegd gezag van de school) tot toelating of weigering zal er altijd sprake zijn van een teambesluit. We gaan er immers in principe van uit dat – bij toelating- de leerling de gehele basisschoolperiode op onze school welkom zal zijn. Echter: het lijkt ons heel goed mogelijk dat het door school -en ouders- wenselijk geacht wordt om te besluiten tot het plaatsen voor een bepaalde periode, waarna evaluatie volgt en opnieuw bekeken zal worden of doorgaan op een reguliere basisschool de juiste beslissing is.

Procedure:

Bij plaatsing:

naar boven

Sponsoring

Alle scholen zijn verplicht om in hun schoolplan aan te geven welk beleid ze voeren met betrekking tot sponsoring. Vijftien organisaties, waarin de besturenorganisaties en VNG zijn vertegenwoordigd, hebben in 1997 een convenant ondertekend dat handelt over sponsoring in het primair en voortgezet onderwijs. Onze school onderschrijft dit convenant en beschouwt het als bijlage bij dit schoolplan. De drie belangrijkste uitgangspunten van het convenant zijn:

De medezeggenschapsraad heeft instemmingsrecht op beslissingen van het bevoegd gezag over sponsoring.

Overigens: het concrete beleid van onze school nu, is om van de mogelijkheid van sponsering geen gebruik te maken. Daarom kunnen we ook geen (wettelijk verplichte) verantwoording afleggen betreffende de besteding van de ontvangen gelden.

naar boven

Toelating, schorsing en verwijdering van leerlingen.

Als ouders hun kind op onze Protestants-Christelijke school willen plaatsen, worden ze geïnformeerd over de wijze waarop aan de identiteit wordt vormgegeven. We vragen ouders dan of ze in grote lijnen onze opvattingen kunnen onderschrijven of deze in elk geval niet willen tegenwerken. In probleemsituaties beslist uiteindelijk het schoolbestuur over toelating. Schriftelijk wordt de ouders uitgelegd waarom een kind geweigerd is op onze school. De ouders kunnen hiertegen binnen 6 weken bezwaar maken. Binnen 4 weken neemt het schoolbestuur, na de ouders gehoord te hebben, opnieuw een beslissing.

Leerlingen kunnen van school gestuurd worden voor een bepaalde tijd: schorsing, of voorgoed: verwijdering. Meestal gebeurt zoiets alleen als een kind zich ernstig misdraagt. Tijdens de schorsing, die maximaal twee dagen mag duren, krijgt een kind wel huiswerk mee, want het is en blijft leerplichtig. Als wangedrag bij herhaling plaatsvindt, kan het schoolbestuur beslissen een kind te verwijderen. Een kind kan ook van school verwijderd worden als we van mening zijn dat we in onvoldoende mate zorg aan het kind kunnen bieden, terwijl de ouders weigeren het kind op een school te plaatsen waar die zorg wél geboden kan worden. Voor zo’n besluit genomen wordt, worden zowel de groepsleerkracht als de ouder(s) gehoord door het bestuur.

Is het besluit tot verwijdering eenmaal genomen, dan mag het schoolbestuur het kind niet onmiddellijk van school sturen. Het bestuur moet zich eerst inspannen om een school te vinden die de leerling wél wil opnemen. Is dat na 8 weken nog niet gelukt, dan mag het bestuur de leerling de toegang tot de school ontzeggen.

naar boven

Schoolverzuim

Zoals elke school zijn wij verplicht een beleid te voeren waardoor schoolverzuim tot een minimum beperkt wordt. Daarom gelden de volgende regels.

Opmerking: Als er verlof genomen wordt zonder aanvraag en/of toestemming, dan moet (en zal) dit gemeld worden aan de leerplichtambtenaar te Terneuzen.

Per schooljaar kan door de schooldirectie maximaal 2 dagen extra verlof worden toegekend. Dit bijvoorbeeld in het kader van een gezinsactiviteit zoals een lang weekend naar een vakantiepark. De twee dagen mogen gekoppeld worden aan een korte vakantie, maar niet aan de zomervakantie.

naar boven

Klachtenregeling

Onze school is aangesloten bij de ‘Landelijke Klachtencommissie Primair en Voortgezet Onderwijs’. Het reglement van de commissie en de klachtenregeling liggen op school ter inzage. Het adres van de commissie :

Klachtendommissie Christelijk Onderwijs
Postbus 694
2270 AR Voorburg
tel: 070-3861697
fax: 070-3481230
info@klachtencommissie.org
www.klachtencommissie.org

De regeling voorziet in een of meerdere contactpersonen per school én een vertrouwenspersoon per schoolvereniging. Binnen onze school is als contactpersoon aangewezen:

dhr. C.A. Toorenaar (directeur)
Val 20
4543 PB Zaamslag
tel 0115-432353

De contactpersoon zal proberen uw klacht naar tevredenheid en vermogen af te handelen of indien nodig te verwijzen naar de vertrouwenspersoon.

Als vertrouwenspersoon fungeert dhr. J. Klein, wonend te Terneuzen. Tel: 0115-614905. De vertrouwenspersoon is een onafhankelijk persoon en is verplicht tot geheimhouding. Hij is wel verantwoording schuldig aan het bestuur. Het is de taak van de vertrouwenspersoon om een “open” aanspreekpunt te zijn. Hij zal onderzoeken of er bij een klacht, door bemiddeling, een oplossing bereikt kan worden, of dat de klacht moet worden ingediend bij bovenvermelde klachtencommissie.

Naast bovenstaande adressen, kunt u voor een klacht ook terecht bij een vertrouwensinspecteur van de onderwijsinspectie. Telefoonnummer: 0900 111 3 111. Voor “gewone” vragen over het onderwijs bij de inspectie: 0800-8051. Ook: info@owinsp.nl en www.onderwijsinspectie.nl.

Overigens willen we hier uitdrukkelijk opmerken dat we hopen dat klachten altijd eerst in overleg tussen ouders, leerkrachten, directie en/of bestuur afgehandeld kunnen worden. Is dat niet het geval, of betreft het klachten die u direct bij de vertrouwenspersoon of de klachtencommissie wilt melden, dan kunt u gebruik maken van bovenvermelde adressen en/of telefoonnummers.

naar boven

School en Verzekering

De school heeft een verzekeringspakket afgesloten, bestaande uit een ongevallenverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering.

Ongevallen
Op grond van de ongevallenverzekering zijn alle betrokkenen bij schoolactiviteiten (leerlingen; personeel; vrijwilligers) verzekerd. De verzekering geeft recht op een (beperkte) uitkering indien een ongeval tot blijvende invaliditeit leidt. Ook zijn de geneeskundige en tandheelkundige kosten gedeeltelijk mee verzekerd, voor zover de eigen verzekering van betrokkene geen dekking beidt (bijvoorbeeld door eigen risico). Materiele schade (kapotte bril, fiets etc) valt niet onder de dekking.

Aansprakelijkheid
De aansprakelijkheidsverzekering biedt zowel de school zelf als zij die voor de school actief zijn (bestuursleden personeel; vrijwilligers) dekking tegen schadeclaims ten gevolge van onrechtmatig handelen. Wij attenderen u in dat verband op twee aspecten, die vaak aanleiding zijn tot misverstand.

Ten eerste is de school c.q. het schoolbestuur niet (zonder meer) aansprakelijk voor alles wat tijdens de schooluren en buitenschoolse activiteiten gebeurt. Wanneer dit wel het geval zou zijn, zou alle schade die in schoolverband ontstaat door de school moeten worden vergoed. Deze opvatting leeft wel bij veel mensen, maar is gebaseerd op een misverstand.

De school heeft pas een schadevergoedingsplicht wanneer er sprake is van een verwijtbare fout. De school (of zij die voor de school optreden) moeten dus te kort zijn geschoten in hun rechtsplicht. Voorbeeld: de school laat kinderen zonder begeleiding naar de gymzaal rijden en een derde wordt schade toegebracht. Het is echter ook mogelijk dat er schade wordt geleden, zonder dat er sprake is van enige onrechtmatigheid. Bijvoorbeeld tijdens de gymnastiekles een bal tegen een bril. Die schade valt niet onder de aansprakelijkheidsverzekering, en wordt (dan ook) niet door de school vergoed.

Ten tweede is de school niet aansprakelijk voor (schade door) onrechtmatig gedrag van leerlingen. Leerlingen (of, als zij jonger zijn dan 14 jaar, hun ouders) zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun doen en laten. Een leerling die tijdens de schooluren of tijdens andere door de school georganiseerde activiteiten door onrechtmatig handelen schade veroorzaakt, is daar dus in de eerste plaats zelf (of de ouders) verantwoordelijk voor. Het is dus van belang dat ouders/verzorgers zelf een particuliere aansprakelijkheidsverzekering hebben afgesloten.

Tenslotte: ouders die, in schoolverband, zorg dragen voor het vervoer van kinderen, vragen wij dringend om te controleren of de gordels gebruikt worden! Voor het vervoer van jongere kinderen beschikt de school over een aantal zitverhogers.

naar boven