
GGD-onderzoeken tijdens de basisschoolperiode
Onderzoek 5-jarigen
Alle ca. 5-jarige basisschoolleerlingen worden door de jeugdarts en jeugdartsassistente onderzocht. Er wordt gekeken hoeveel het kind is gegroeid, hoe het beweegt en of het goed kan zien en horen. Aan de ouder (of verzorger) wordt gevraagd of het kind goed eet en slaapt en hoe het in de omgang met anderen is. Daarnaast staat de totale ontwikkeling van het kind centraal. Tijdens het onderzoek worden adviezen aan de ouder gegeven. Bij nabespreking op school worden adviezen aan de leerkracht van het kind verstrekt (met toestemming van de ouder). Voor een deel van de onderzoeken wordt een controle na verloop van tijd afgesproken of vindt kortdurende begeleiding plaats. Ouders, school of andere betrokkenen kunnen ook een onderzoek op indicatie aanvragen. De onderzoeken vinden meestal plaats in één van de GGD-vestigingen.
Preventief Gezondheidsonderzoek 10–jarigen
Op 10 jarige leeftijd worden de kinderen uitgenodigd voor een Preventief Gezondheidsonderzoek (PGO) bij de jeugdverpleegkundige. Het onderzoek vindt meestal plaats op school. Bij dit onderzoek ligt het accent op de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. Gezondheidsaspecten die aan de orde komen liggen op het gebied van groei, psychosociaal functioneren en (experimenteer-)gedrag. Het onderzoek omvat onder meer:
Logopedische screening
Voor het volgen van basisonderwijs is een goede spraak- en taalontwikkeling heel belangrijk. Onderzoek heeft aangetoond dat kinderen met taal- en spraakproblemen later moeilijkheden bij het spellen, lezen en rekenen kunnen ondervinden. Het is dan ook belangrijk om eventuele problemen vroegtijdig op te sporen en te behandelen.
Rond de 5-jarige leeftijd vindt daarom een logopedische screening plaats, indien dat op aangeven van de school nodig is. U kunt zelf ook een onderzoek aanvragen. Het onderzoek vindt plaats op school en wordt uitgevoerd door een logopedist. De ouders (verzorgers) hoeven bij dit onderzoek niet aanwezig te zijn. Geeft dit onderzoek daar aanleiding toe dan neemt de logopedist contact met u op.
Infectieziektewet
Sinds 1999 is in Nederland de nieuwe infectieziektewet in werking getreden. Deze wet bepaalt onder meer dat de directie van een school een ongewoon aantal zieken onder de kinderen en leerkrachten moet melden bij de GGD.
Het gaat dan bijvoorbeeld om een ongewoon aantal zieken met diarree, geelzucht, huidaandoeningen of andere ernstige (mogelijk) besmettelijke aandoeningen. In het belang van kinderen en personeel kunnen dan, in overleg met de GGD maatregelen genomen worden. om verdere verspreiding van de ziekte te helpen voorkomen. Wanneer bij uw kind door de huisarts of specialist een besmettelijke aandoening is vastgesteld, stellen wij het op prijs dat u dit meldt aan de leerkracht. Deze informatie zal vanzelfsprekend door de school vertrouwelijk worden behandeld.
Hoofdluis is een probleem wat de laatste jaren steeds vaker voorkomt. Op onze school trachten we door middel van een (door de GGD gesteund) beleid dit probleem zoveel mogelijk te beteugelen.
Allereerst: het constateren van hoofdluis.
Met klem vragen wij van u als ouders om het ons direct te melden wanneer u bij uw kind hoofdluis vaststelt. Zwijgen hierover maakt het risico voor anderen alleen maar groter. In bijzondere gevallen (een kind krabt zich voortdurend op het hoofd) kan de leerkracht overgaan tot controle.
Na de constatering nemen wij de volgende maatregelen.
Na verloop van enige tijd worden alle leerlingen door de leerkracht opnieuw gecontroleerd. Is er dan nog hoofdluis, dan worden de genomen maatregelen gehandhaafd. Heeft niemand meer luis dan wordt dat aan de ouders meegedeeld en de maatregelen worden opgeschort. We kunnen ons voorstellen dat sommige maatregelen bij u wat rigoureus overkomen, maar de ervaring leert dat alleen op deze manier voorkomen kan worden dat hoofdluis een onuitroeibaar kwaad wordt.
Zoals gezegd: afwezigheid door ziekte vernemen we graag van u voor schooltijd. Dringend verzoeken wij u om kinderen die “een beetje ziek” zijn niet naar school te laten gaan (“om te proberen”). In veel gevallen blijkt dit niet plezierig te zijn voor het kind zelf. Daarbij betekent dit voor de leerkracht vaak onnodige rompslomp vanwege het regelen van het ophalen van de kinderen naar huis. Natuurlijk kan het altijd gebeuren dat kinderen gezond van huis vertrekken en op school ziek worden. In dit verband kan het van belang zijn dat de leerkracht beschikt over een reserve adres (met telefoonnummer) voor het geval dat de ouders niet bereikbaar zijn.
Als kinderen op school medicijnen gebruiken, gebeurt dat alleen op uitdrukkelijk verzoek van de ouders. Ouders zorgen dan dat de school over een hoeveelheid medicijnen beschikt. Ook zorgen zij voor een (door hen getekende) toelichting op papier betreffende de tijd en frequentie van het innemen. De school bewaart de medicijnen in de personeelskamer op een plaats die niet toegankelijk is voor kinderen. Het innemen van de medicijnen gebeurt uitsluitend onder toezicht van een leerkracht.
De school heeft een veiligheidsbeleidsplan wat elk jaar, met goedkeuring van de MR, opnieuw wordt vastgesteld. Dit plan formuleert beleid op allerlei terrein betreffende de veiligheid van kinderen en personeel. Daarbij kunt u denken aan: het jaarlijkse arboplan, ontruimingsoefening voor brand, verkeersbeleid en regels wat betreft toezicht op het plein. Ook gaat het om zaken die in dit hoofdstuk worden genoemd, zoals protocollen bij hoofdluis, medicijngebruik en voedselallergieën. Voor wie belangstelling heeft: graag zenden we het plan via de mail naar u toe.
We verzoeken u om bezoek aan tandarts, dokter, orthodontist e.d., als het even mogelijk is, te doen plaatsvinden buiten schooltijd. Als dit niet mogelijk blijkt, dan graag aan het begin of het eind van de schooltijd, zodat uw kind toch de rest van de morgen of middag gewoon de lessen kan volgen.
Het snoepen op school willen we zoveel mogelijk beperken. Daarom zien we graag dat er bij verjaardagen op iets "gezonds" wordt getrakteerd. Het trakteren op snoep, wordt door ons ontraden.
Onderwijs aan langdurig zieke kinderen
Als 9 scholen van onze vereniging hanteren we op dit gebied het volgende beleid.
Artikel 9a wbo gaat over: Ondersteuning bij het onderwijs aan zieke leerlingen
1. Bij het geven van onderwijs aan een leerling die is opgenomen in een ziekenhuis of die in verband met ziekte thuis verblijft, kan het bevoegd gezag van een school worden ondersteund.
2. De ondersteuning bedoeld in het eerste lid wordt verzorgd door:
a. een educatieve voorziening bij een academisch ziekenhuis of
b. een schoolbegeleidingsdienst als bedoeld in artikel 179, indien de leerling is opgenomen in een ziekenhuis niet zijnde een academisch ziekenhuis dan wel indien de leerling in verband met ziekte thuis verblijft.
De procedure, die wij binnen onze school volgen om in zo’n geval beslissingen te nemen is als volgt: