
Waar staan we voor? Dit beschrijven we in de missie en visie van onze school.
Missie
Wat zijn onze drijfveren bij het werken met kinderen op school? Kort gezegd komt dat hierop neer:
We willen, vanuit een christelijke levensvisie, de kinderen op een adequate manier begeleiden in hun groei naar zelfstandig persoon en toerusten tot een vaardig deelnemer aan onze maatschappij.
Visie
Welke visie hebben we bij het realiseren van deze doelstelling? Allereerst onderscheiden we een aspect van uitgangspunt of levensvisie en een aspect van begeleiding of vorming. Korter: we onderscheiden identiteit en onderwijs. Wat betreft het eerste staat ons, samen met de acht andere scholen van onze vereniging, het volgende voor ogen.
Visie en identiteit
Als protestants-christelijke scholen zien we het als onze eerste taak om de inhoud, en met name de blijde boodschap, van de bijbel aan de kinderen over te dragen.
Belangrijk daarbij is zeker ook, dat we als leerkrachten onze levenswijze geïnspireerd weten door de bijbel en daarmee een voorbeeldfunctie naar de kinderen vervullen. Kernbegrippen zijn dan: het tonen van verdraagzaamheid, verantwoordelijkheid en respect naar anderen en het samenleven in een sfeer van openheid, rechtvaardigheid en naastenliefde. Hiermee willen we ook een antwoord geven op vragen die voortkomen uit een steeds veranderende samenleving.
In het bijzonder streven we ernaar om de school een veilige en vertrouwde plaats te laten zijn, waar de kinderen graag naar toe gaan en waar ze tot hun recht komen. Als protestants-christelijke scholen kennen we ook een bepaalde traditie en cultuur. We zien het als onze taak om hieraan verder te werken en de kinderen ermee vertrouwd te maken. Concreet betekent dit dat we aandacht besteden aan bijbelvertelling, gebed, het aanleren van liedjes en het deelnemen aan vieringen. Ook vinden we het vanzelfsprekend, dat we als school jaarlijks deelnemen aan hulpacties.
Tenslotte: als scholen van onze vereniging hanteren we een open toelatingsbeleid. Alle kinderen zijn welkom, mits de ouders onze identiteit respecteren.
Visie en Onderwijs algemeen
Naast een pedagogische, bezitten wij als school ook een didactische opdracht. Daarmee willen we de kinderen een goede basis meegeven voor hun toekomst in onze maatschappij.
In het bijzonder streven we ernaar om hen op een adequate wijze voor te bereiden op het voortgezet onderwijs. Onze belangrijkste werkwijze is die van het leerstofjaarklassensysteem. Kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd werken daarbij aan gezamenlijke opdrachten. Deze aanpak werkt efficiënt en is sociaal-vormend.
Daarnaast bieden we ook “onderwijs-op-maat”. Grote individuele verschillen tussen leerlingen trachten we op te vangen met een aangepaste leerweg. Veelal geldt dit kinderen met leerproblemen, maar soms ook extra-begaafde leerlingen. Hulpmiddelen hierbij zijn: een goed klassenmanagement, het gebruik van een adequaat leerlingenvolgsysteem en de inzet van moderne methodes.
Als scholen ontstaan uit het initiatief van ouders, hechten we grote waarde aan de rol van ouders binnen de school. Niet alleen als ondersteuners van de dagelijkse gang van zaken, maar ook als meedenkers in ouderraad, medezeggenschapsraad, schoolcommissie en bestuur.
Visie en Onderwijs: eigen accenten
De visie hierboven geschetst zal door heel veel andere scholen ook gedeeld worden. Het is echter zo dat elke school zich in een specifieke situatie bevindt, waarbij het team specifieke prioriteiten moet stellen. Wie zijn wij? En waar staan wij voor? Op onze website “Wij gaan naar Othene” hebben we getracht onszelf zo goed mogelijk te kenschetsen in de volgende bewoordingen.
Onze drie pijlers:
Dit uit zich in:
Ondanks specificatie, blijven bovenstaande doelstellingen vrij algemeen geformuleerd. Wat betekent bijvoorbeeld nu “goed en gedegen onderwijs” concreet per verschillend leergebied? Het zou een te lang verhaal worden om dat hier allemaal te gaan omschrijven. Daarom verwijzen we belangstellenden onder u naar ons schoolplan. Dit is een document waarin de doelen per vak in een apart hoofdstuk vermeld staan. Hierin vindt u ook vermeld hoe wij de wettelijk gestelde kerndoelen per leergebied trachten te verwezenlijken. Tevens behelst het schoolplan een planning voor vernieuwingen van het onderwijs over een periode van 4 jaar. Ons nieuwe schoolplan is onlangs opgesteld en geldt tot 2015. Allereerst kijken we daarin terug naar de afgelopen periode en evalueren hiervan de uitkomsten.
Evaluatie schoolplan 2007-2011
Muziekonderwijs
Doelen
Wij willen ons muziekonderwijs zo gaan inrichten dat de kinderen aan het eind van groep 8:
Evaluatie:
Deze laatste doelstelling bleek wat te hoog gegrepen. Wat betreft al het andere hebben we de doelstelling ruimschoots gehaald. We hebben een eigen muziekmethode geschreven voor de groepen 5 t/m 8 en maken gebruik van vakdocenten (en vrijwilligers) die kinderen saxofoon leren spelen. (Zie ‘Leergang Instrumentele Muziek 2010’)
Zelfstandig werken leerlingen
Doelen
Algemeen: we willen de vaardigheid van de leerlingen in het zelfstandig werken vergroten. In het bijzonder moeten de leerlingen (vanaf groep 5):
Ook de leerkrachten moeten nieuwe vaardigheden leren, zoals
Evaluatie:
Doelstellingen zijn gehaald voor het vak rekenen. (Zie ‘Invoer Zelfstandig Werken’ 2009)
Samenwerkend leren
Doelen
Evaluatie:
Doelstelling is gehaald. (Zie ‘Eindplan Samenwerkend Leren’ 2011)
Structureren van het reken- en taalonderwijs in groep 1 en 2.
Doelen
Evaluatie:
Doelstellingen zijn gehaald. (Zie ‘Structureren van het reken- en taalonderwijs in groep 1 en 2’ 2008)
Collegiale consultatie
Doelen
Evaluatie:
Doelstellingen zijn gehaald. (Zie ‘Eindevaluatie Wederzijds Klassenbezoek’2009)
Huiswerkbeleid
Doelen
Evaluatie:
Doelstellingen zijn gehaald. (Zie ‘Leren Studeren’ 2008) Als aanvulling hierop hebben we voor groep 8 een ‘huiswerkmaand’ ingevoerd. (Zie ‘Invoer Huiswerkmaand Groep 8’ in 2010)
Digitale schoolborden
Doelen
Evaluatie:
Doelstellingen zijn gehaald. (Zie ‘Invoeringplan Digitale Borden’ 2008)
Gymnastiek
Doelen
Evaluatie:
Doelstellingen zijn slechts ten dele gehaald omdat de samenwerking met andere scholen niet (of onvolledig) van de grond is gekomen. (Zie ‘Eindevaluatie Gymnastiek’ 2010)
Leerlingenadministratie
Doelen
Evaluatie:
Doestellingen zijn gehaald. (Zie ‘Parnassys: Plan van Invoering’ 2010)
Versterking beleid hoogbegaafdheid
Doelen
Evaluatie:
Doelstelling is gehaald. (Zie ‘Plan Plusbeleid’ 2011)
Leerlingvolgsysteem
Doelen
Evaluatie:
We hebben Parnassys (systeem voor leerlingenadministratie) ook gebruikt als leerlingvolgsysteem. Dit proces is echter nog niet afgerond.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Doelen
Evaluatie:
Doelstelling is gehaald.(Zie ‘Invoer Plan Sociaal-Emotionele Vorming’ 2007)
Aparte leerlijn begrijpend lezen
Doelen
Evaluatie:
Doelstellingen zijn niet gehaald. Probleem werd later als minder nijpend ondervonden en een simpele oplossing bleek niet voorhanden te zijn.
Update van vakken
Doelen
Evaluatie:
Doelstelling is gehaald. (Zie ‘Evaluatie Update Vakken’ 2011)
Verbreding kwaliteitsbeleid
Resultaten
Evaluatie:
Doelstelling (gedeeltelijk) gehaald. School werkt nu met een veiligheidsplan. Verder werd de probleemstelling niet als nijpend ervaren.
Afspraak buitenschoolse activiteiten
Resultaten
Evaluatie:
Doelstelling is gehaald. (Zie tekst Schoolgids)
Veiligheidbeleidsplan
Resultaten
Evaluatie:
Doelstelling is gehaald. (Zie ‘Veiligheidsbeleidsplan’ 2009)
Analyse leerlingenpopulatie
Resultaten
Evaluatie:
Doelstelling is gehaald. (Zie ‘Analyse Leerlingenpopulatie’ 2010)
Meting sociale vaardigheid leerlingen
Resultaten
Evaluatie:
Doelstelling is niet gehaald omdat een dergelijk meetsysteem in simpele vorm niet voorhanden bleek. Daarbij ervaren wij de sociaal-emotionele ontwikkeling van onze kinderen als normaal tot goed en heeft het onderwerp geen echter prioriteit.
Beeldende vorming: fotografie en computer
Resultaten
Evaluatie:
Doelstelling is gehaald. (Zie ‘Fotografie als Beeldend Vak’ 2010)
Voor de komende vier jaar staan de volgende veranderingsplannen op stapel.
Rol schoolleiding
Resultaten
Muziekonderwijs
Resultaten
Handelingsgericht Werken
Resultaten
Algemeen:
In de groep:
In school:
Opbrengstgericht werken
Resultaten
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Resultaten
Informatieverstrekking ouders
Resultaten
Extra aandacht taal/leesproblemen
Resultaten
Veiligheidsbeleid
Resultaten
Kwaliteitsbeleid
Resultaten
Het belang van sociale vaardigheid
Zojuist verwezen wij u, voor meer informatie betreffende de verschillende vakken, naar het schoolplan. Aan één ‘vak’ willen we hier echter nog extra aandacht besteden. Dat is: sociale vaardigheid.
Men kan natuurlijk de vraag stellen: is dat wel een schoolvak? Je komt toch op school om te leren. Daarbij denken we dan allereerst aan zaken zoals rekenen en taal. Toch durven we te stellen dat er een ‘vak’ bestaat, wat misschien nog belangrijker is. Dat is de kunst van het op een vruchtbare en plezierige manier met elkaar omgaan. Het zal duidelijk zijn dat dit aspect binnen de school zélf van het grootste belang is. Immers: daar leer je elkaar goed kennen en ga je jarenlang intensief met elkaar om. En dit geldt des te meer voor een kleine school. Hoe vlotter het omgaan met elkaar verloopt, hoe beter dit is voor ieders levensvreugde.
Maar er is meer. De school bereidt kinderen voor op de maatschappij. En juist daar blijkt, dat om goed te kunnen slagen, kennis en inzet niet altijd genoeg te zijn. Goed kunnen werken is in de meeste gevallen: goed kunnen sámenwerken. Met andere woorden: wie goed met anderen om kan gaan, heeft in de maatschappij een grote stap voor! Wij als team vinden het daarom niet meer dan vanzelfsprekend, dat een school aan het thema ‘sociale vaardigheid’ veel aandacht besteedt. Daar komt bij dat de school bij uitstek de plaats is waar deze vaardigheid geleerd kan worden. In de thuissituatie hebben de kinderen toch in mindere mate met anderen te maken. Daardoor zijn ze, in vergelijking met school, minder gewend om met anderen rekening te houden. Op school is dat anders; daar ben je één van de velen en daar leer je met velen rekening te houden. Kortom: sociaal vaardig zijn leer je thuis en in andere situaties, maar vooral ook op school!
Aspecten van sociale vaardigheid
Een vraag die gesteld kan worden luidt: wat verstaan we nu precies onder sociale vaardigheid? We zeiden net: op een vruchtbare en plezierige wijze met elkaar om kunnen gaan. Maar wat betekent dat concreet? Hierop zijn verschillende antwoorden te geven. We noemen daarom een aantal aspecten:
Wat doet de school?
Wat doet de school nu concreet aan sociale vorming? Ook hier zijn een aantal zaken te noemen:
Bij de samenstelling van groepjes voor opdrachten laten we in veel gevallen de kinderen zelf kiezen, waarbij wel wordt gelet op voldoende ‘afwisseling’. Tevens maken we de kinderen er van bewust dat ‘een goede samenwerking’ ook tot de opdracht behoort.
Daarnaast wordt sociale vaardigheid ook als vak gegeven. Klassikaal wordt dan een thema aan de orde gesteld. Hierbij maken de leerkrachten gebruik van bepaalde methodes. Voorbeelden van deze lessen in sociale vaardigheid zijn:
Tenslotte vindt een heel groot gedeelte van de sociale opvoeding gewoon ‘tussendoor’ plaats. Daarmee bedoelen we dat op school de kinderen (bv. in de pauzes op het schoolplein) in veel situaties met elkaar omgaan en zodoende de ‘ongeschreven regels’ van het met elkaar omgaan onder de knie krijgen.
Omgaan met problemen: ruzies en pesterijen
Laten we voorop stellen: zolang mensen met elkaar omgaan zullen er wel eens problemen ontstaan. Dus een school waar nooit geruzied of gepest wordt is een utopie. De vraag is echter: hoe gaan wij hiermee om?
Allereerst de ‘gewone’ ruzie. De kinderen weten dat ze hierbij geen geweld mogen gebruiken, maar dat ze moeten zoeken naar een onderlinge oplossing. Dat lukt natuurlijk niet altijd en dan moet er een leerkracht bijgehaald worden. (In zo’n geval spreken we niet van ‘klikken’). Betreffende leerkracht zal altijd beide partijen in de gelegenheid stellen om hun zegje te doen en daarna trachten tot een verzoening te komen. Gebruik van lichamelijk geweld en kwetsende scheldwoorden zal bestraft worden. Standaardstraf: in de pauze(s) binnen zitten en laten opschrijven ‘hoe het zover kon komen’ en wat een oplossing zou kunnen zijn voor de toekomst. Natuurlijk begrijpt u dat de werkelijkheid altijd ingewikkelder is dan men in regels op papier kan verwoorden. Anders gezegd: er is bijna geen regel denkbaar die in de praktijk altijd direct toepasbaar is.
Een goed voorbeeld hiervan is het reageren op klachten van kinderen. Soms is een klacht (over anderen) zeer terecht; maar soms heeft het meer weg van ‘zeuren’. Dat betekent dat in de praktijk elk geval toch een beetje apart beoordeeld moet worden. Soms wordt er direct ingegrepen en soms krijgen klagers het advies om eerst zelf naar een oplossing te zoeken.
Een apart probleem is pesten. Ruzies komen nogal eens voor; pesten gelukkig een stuk minder. Onder pesten verstaan we: het langdurig negatief bejegenen met woorden en/of daden van (meestal) een éénling door (meestal) een groep andere kinderen. Een gewone ruzie is dus nog geen pesterij. Typisch voor pesten is dat het steeds dezelfde is, die “ze moeten hebben”.
Wat kan de school tegen pesten doen?
Onder ‘deskundigen’ bestaan er twee opvattingen. De eerste gaat ervan uit dat het slachtoffer steeds onschuldig is, en dat de pesters enkel ‘voor de lol’ hun prooi uitzoeken. Hoofdoplossing is dan: veel regels stellen en de pesters flink aanpakken.
Een andere opvatting gaat ervan uit dat het slachtoffer het pestgedrag op een of andere wijze ‘uitlokt’. Hij of zij kent de (ongeschreven) sociale regels tussen kinderen niet of is te eigenzinnig en wordt als gevolg daarvan door de groep uitgestoten. Hoofdoplossing is hier: via gesprekken slachtoffer en pesters tot elkaar brengen en boven water zien te halen waaróm er gepest wordt. Daarna kunnen er afspraken ter verbetering gemaakt worden.
Zoals wellicht te verwachten is, durven we te stellen dat in beide opvattingen een kern van waarheid schuilt. In elk geval is onze ervaring dat het tot elkaar brengen van pesters en slachtoffer (onder leiding van een leerkracht) tot redelijk succes leidt. Veelal blijkt dan dat aan pesterijen een vorm van ruzie ten grondslag ligt. Betrokkenen krijgen de kans om hun grieven onder woorden te brengen. Op die manier wordt blootgelegd wat partijen in de ogen van elkaar fout doen. Van beide zijden worden afspraken gemaakt om de situatie leefbaarder te maken. De leerkracht ziet erop toe dat die afspraken nageleefd worden en organiseert na een ‘proefperiode’ een nieuw gesprek om na te gaan wat de verbeteringen zijn. Deze methode is weliswaar arbeidsintensief, maar heeft als voordeel dat escalaties bij het pesten voorkomen kunnen worden. Dit komt omdat de betrokken kinderen het pesten en de oplossing ervan als hún probleem gaan zien.
Het is echter ook zo dat we niet eindeloos blijven praten. In sommige gevallen is er onvoldoende goede wil aanwezig om tot verbetering te komen en moet er naar daders toe simpelweg met straf opgetreden worden. In elk geval is het zo dat bepaalde soorten van pesterij, die op terreur lijken, direct bestraft worden. We denken daarbij aan het “tegenhouden” na schooltijd of het “wraak nemen” omdat kinderen terecht geklaagd hebben. In zulke gevallen is de maximale straf van een week tijdens alle pauzes binnenzitten van toepassing.
In bovenstaande hebben we aangegeven wat onze hoofdlijnen zijn bij het behandelen van pestproblemen. Maar ook hier geldt weer: elk geval is in de praktijk anders en zal daarom (iets) anders behandeld worden. Wat u als ouder echter van ons mag verwachten is dat ruzies en pesterijen door de school gesignaleerd en bestreden worden. Daarbij is het vanzelfsprekend, dat wanneer het serieuze problemen betreft, u door de school op de hoogte wordt gesteld.
Wat kunnen ouders doen?
Rekenen leren de kinderen op school. En sociale vaardigheid? Het zal duidelijk zijn dat de rol van ouders hierbij ook onmisbaar is! Anders gezegd: we praten hier over een opvoedingstaak die ouders en school samen moeten vervullen. Wat kunnen ouders doen om deze samenwerking zo goed mogelijk te laten verlopen? We zijn zo vrij om een aantal aanbevelingen te doen.
Wacht in het algemeen toch niet te lang met het aanspreken van leerkrachten wanneer u dingen dwars zitten op het gebied van ruzies of pesten. Krop het dus niet op. Enerzijds is het namelijk zo dat wij ook niet alles in de gaten hebben, en kunnen dan, dankzij u, eerder ingrijpen. Anderzijds leert de praktijk ook dat klachten van de eigen kinderen “gekleurd” kunnen zijn. Het is dan goed om als ouder om te vernemen dat de zaak soms genuanceerder in elkaar zit. Want uiteraard is het zo dat wij als leerkracht eventuele klachten goed onderzoeken en niet zomaar een ‘aangeklaagde’ straffen. Veelal blijkt dan dat er fouten bij beide partijen te vinden zijn.
Besteding uren in het schooljaar 2011-2012
De kinderen brengen heel wat uren op school door. Hieronder geven we aan waar die tijd bij ons op school (in een week) aan besteed wordt. We doen dat, om u een beeld te geven van het verloop door de jaren heen, voor de groepen 2, 5 en 8.
|
groep 2 |
groep 5 |
groep 8 |
Zintuiglijke en lichamelijke oefening |
7.15 uur |
1.45 uur |
1.45 uur |
Taalonderwijs (waaronder lezen, schrijven en Engels) |
2.30 uur |
7.45 uur |
7.15 uur |
Rekenen |
1.15 uur |
5.00 uur |
4.45 uur |
Kennisgebieden (waaronder aardrijkskunde, geschiedenis en natuur) |
0.15 uur |
2.15 uur |
3.00 uur |
Verkeer |
0.15 uur |
0.45 uur |
0.45 uur |
Expressievakken (waaronder tekenen, handvaardigheid, drama en muziek) |
8.00 uur |
3.45 uur |
3.30 uur |
Informatieverwerking |
- |
0.45 uur |
1.00 uur |
Geestelijke stromingen |
- |
- |
0.30 uur |
Sociaal-emotionele ontwikkeling |
0.15 uur |
0.30 uur |
0.30 uur |
Godsdienstonderwijs |
2.15 uur |
2.00 uur |
1.30 uur |
Pauze |
1.15 uur |
1.15 uur |
1.15 uur |
Totaal per week (uur) |
23.15 uur |
25.45 uur |
25.45 uur |
De groepen 1 t/m 4 hebben dit schooljaar 883,45 uur les. De oudste groepen maken in totaal 1000,15 uur. Het wettelijk minimum voor beiden is respectievelijk 880 en 1000 uur (of 3520 en 4000 verspreid over vier jaar). Een normale schooldag (voor groep 5 t/m 8) duurt bij ons 5.5 uur. Dit is tevens het wettelijke maximum.
Iedere leerling moet zich thuis voelen op onze school en het onderwijs krijgen dat bij hem/haar past. Wij streven ernaar om zoveel mogelijk onderwijs ‘op maat’ te geven, zodat verwijzingen naar het speciale onderwijs tot minimum beperkt kunnen worden.
Onze school wil kinderen de kans geven zich in een doorgaande lijn te ontplooien. Als leerkracht moeten we rekening houden met de persoonlijkheid van elk kind en activiteiten afstemmen op de ontwikkeling van het kind. We bieden de kinderen de mogelijkheid om, daar waar mogelijk, in eigen tempo en begaafdheid een minimum pakket binnen de verschillende leer- en vormingsgebieden te doorlopen. Daarnaast bieden de leerkrachten een aanvullend programma aan en voeren differentiatie binnen de groep uit, waarin naast aandacht voor de zorgkinderen er ook aandacht is voor (hoog)begaafde leerlingen.
Het functioneren van de jongste kinderen(groep 1 en 2) wordt enkele malen per jaar in kaart gebracht via het leerlingvolgsysteem van Pravoo. Dit gebeurt tot op dit moment nog niet digitaal. Hierdoor kunnen achterstanden op het gebied van bijvoorbeeld basale begrippen m.b.t. rekenen en taal vroegtijdig bloot gelegd worden.
Ook andere toetsen worden voor dit doel gebruikt. (zie hieronder). Wat betreft de groepen 3 t/m 8 wordt de leesontwikkeling van de kinderen vastgelegd via het ILO-systeem, wat in totaal 9 niveaus onderscheidt. Daarnaast werken we ook aan de overstap naar de nieuwe AVI-niveaus i.c.m. CITO Leestechniek en Leestempo. De toetsen hiervoor vinden op vaste tijdstippen plaats.
Verder kent onze rekenmethode een twaalftal toetsen per jaar. Het leesonderwijs wordt vanaf groep 1 ondersteund door de doelen van beginnende geletterdheid en de observatiegegevens zoals weergegeven in Dyslexieprotocol.
Toetsing
Cito-toetsen - Toetskalender
Naast het bovenstaande nemen we op school ook een aantal Cito-toetsen af. Het voordeel van deze toetsen is dat zij ‘landelijk genormeerd’ zijn. Dit betekent dat de resultaten vergeleken worden met een landelijk gemiddelde. Op deze manier beschikken we dus over vrij objectieve cijfers. Op onze school gebruiken we de volgende Cito toetsen.
Begeleiding van zorg
De leerkrachten zijn verantwoordelijk voor de instructie en begeleiding van de kinderen. Om deze zorg te kunnen bieden schept de leerkracht tijdens de lessen een structurele lessituatie. In elke les is er zo tijd vrij voor zelfstandig werk van de leerlingen en heeft de leerkracht de handen vrij voor verlengde instructie en extra ondersteuning aan die leerlingen die dat nodig hebben.
De individuele hulpplannen worden zowel buiten als binnen de groep uitgevoerd. Er wordt voor gewaakt dat de hulp niet op zichzelf gaat staan.
Onze school heeft de benodigde uren vrijgeroosterd voor de zorg aan haar leerlingen Voor het schooljaar 2010-2011 is de taakverdeling binnen het personeel als volgt:
Zorgtraject
Stap 1: signalen
De eerste signalering van het stagneren van de vorderingen van uw kind en aanpak ervan vindt plaats in de groep door de leerkracht naar aanleiding van observaties en toetsen. Onze school is op dit moment bezig zich te bekwamen in het maken van groepsoverzichten en groepsplannen. Mocht de aanpak te weinig effect geven dan wordt dit gemeld in voortgangsbespreking of tussentijdse groepsbespreking.
Stap 2:
voortgangsbesprekingen Er worden vier keer per schooljaar voortgangsbesprekingen georganiseerd. Hierbij zijn de betreffende groepsleerkrachten aanwezig, de IB-er en de directeur. Tijdens deze besprekingen zorgen leerkrachten voor de aanwezigheid van alle gegevens van methode-gebonden toetsen en toetsen uit het Cito LVS. De voortgangsbespreking in maart is gewijd aan leerlingen die mogelijk doubleren of een klas overslaan. De uiteindelijke keuze wordt door de directie gemaakt.. Van de groepsbespreking wordt verslag gemaakt door intern begeleider.
Stap 3:
Individueel Handelingsplan Wanneer uit een groepsbespreking blijkt dat een leerling onvoldoende profiteert van het onderwijsaanbod binnen de groep (al dan niet vastgelegd in een groepsplan) kan er voor deze leerling een individueel handelingsplan worden opgesteld. Hierbij wordt de intern begeleider betrokken en de ouders in kennis gesteld. In het individuele handelingsplan worden beginsituatie, doelen, leerinhoud, organisatie en tijdsduur gepland. Het plan wordt voor niet langer dan een kwartaal opgesteld en na toetsing maken leerkracht en intern begeleider een evaluatie. Het plan kan nog worden voortgezet. Het is tijdelijk van aard en erop gericht dat de leerling weer gaat profiteren van het onderwijsaanbod binnen de groep.
Stap 4:
Zorg van buitenaf Mocht de zorg, zoals hierboven omschreven, onvoldoende zijn dan kan de hulp worden ingeroepen van instanties buiten school. Alle Probaz –scholen zijn aangesloten bij het samenwerkingsverband Weer Samen Naar School (WSNS) en binnen dit samenwerkingsverband kan worden gezocht naar passende hulp.
Oudercontacten
Gedurende het schooljaar is er regulier overleg gepland tussen de groepsleerkracht en ouders of verzorgers van de leerlingen.
Naast dit reguliere overleg voor alle ouders wordt contact gezocht door de groepsleerkracht met de ouders of verzorgers als er zorgen of problemen zijn omtrent een leerling. In overleg met hen worden de mogelijkheden van hulp en maatregelen besproken. Wanneer de school het nodig acht om externe hulp in te schakelen, wordt de ouders om medewerking en toestemming gevraagd.
Als een plan van aanpak is gemaakt, eventueel extern onderzoek of uitvoeren van een opgesteld handelingsplan nodig is, wordt opnieuw met de ouders overlegd en hun instemming gevraagd. Tijdens uitvoering van het plan kan zowel door de leerkracht als door de ouders tussentijds contact gezocht worden over de voortgang van de hulp.
Als een onderzoek of handelingsplan is uitgevoerd, worden de ouders over de resultaten geïnformeerd. De uitslag van de evaluatie van een handelingsplan wordt door de groepsleerkracht aan ouders of verzorgers doorgegeven.
Besluiten/afspraken met ouders worden in een kort verslag vastgelegd door de groepsleerkracht in groepsmap en digitaal dossier. Blijken de doelen binnen de afgesproken termijn niet gehaald, dan wordt met de ouders of verzorgers opnieuw overlegd over de verdere hulp.
Zorg voor het jonge kind
Omdat de school voor jongere kinderen (iets) meer geld ontvangt dan voor oudere, dienen we in de schoolgids aan te geven waar dit (extra) geld aan besteed wordt. Wij doen dit door van groep 1 en 2 een combinatie van slechts 2 groepen te maken.
Vertraagde schooltijd (doubleren)
Hoewel we er naar streven om kinderen ‘onafgebroken’ hun schooltijd te laten doorlopen, kan het in sommige gevallen raadzaam zijn om, op een bepaald moment, een jaartje over te doen. We hanteren daarbij de volgende uitgangspunten.
Opmerking
Vierjarigen die in de periode tussen 1 oktober en eind december op school komen (“oudere kleuters” dus), gaan, bij een normaal ontwikkelingsverloop, per 1 augustus van het volgende schooljaar naar groep 2.
Behalve een vertraagde ontwikkeling, kunnen kinderen ook een versnelde ontwikkeling te zien geven. In dit geval kan besloten worden om een groep “over te slaan”. Daarbij hanteren we de deze uitgangspunten.
Het doorschuiven naar een hogere groep is niet perse gebonden aan één bepaald moment van het schooljaar. Uiteraard worden ouders tijdig bij een eventuele beslissing betrokken.
De groepen 4 t/m 5 hebben gymles op dinsdagmiddag en donderdagmorgen.
De leerlingen van groep 3 hebben dan een extra buitenspel-les samen met groep 1 en 2
Voor de groepen 6,7 en 8 is de gymles op dinsdagmiddag en donderdagmorgen.
De lessen worden gegeven in de gymzaal te Zaamslag. Gymkleding (gympak of korte broek met T-shirt) is verplicht. Gymschoenen (die niet buiten gedragen worden) zijn aanbevolen.
Alle groepen gaan op de fiets naar de gymzaal. Wilt u daarom op de betreffende dagen altijd zorgen dat de kinderen een fiets bij zich hebben?
Voor de kinderen uit Othene die met de bus meerijden, is het nodig dat zij altijd een fiets op school houden.
Voor de veiligheid van het fietsen naar de gymles is het noodzakelijk dat de kinderen hun gymspullen kunnen vervoeren in een deugdelijke fietstas of rugzak. (Geen losse tassen aan het stuur.)
Rugzakken mogen niet voorzien zijn van lange afhangende koorden.
Schoenen met veters moeten gestrikt zijn.
Tijdens de zomermaanden gaan de leerlingen van groep 6 t/m 8 (bij redelijk weer) op vrijdag zwemmen in het zwembad van Zaamslag. De gymles op donderdag vervalt dan.
Ons streven is erop gericht dat de gymlessen zo veel mogelijk doorgaan. Immers: zeker in deze tijd is lichaamsbeweging voor kinderen van groot belang. Soms regent het ’s morgens en is het een poosje later droog. Daarom beslissen we (via ‘buienradar’) pas vlak voor de les of we op school blijven. Anders gezegd: we kunnen ’s morgens als leerkracht niet aangeven of de gymles wel of niet doorgaat. We verzoeken u daarom ervoor te zorgen dat de kinderen op de gymdagen altijd over een fiets beschikken. (Behalve natuurlijk als van te voren echt vaststaat dat het de hele dag zeer slecht weer zal zijn.)
Opmerking
Als leerlingen om redenen van medische aard de gymles een keer moeten
overslaan, vernemen we dit graag van de ouders via een telefoontje of briefje.
Onze school is in bezit van het “verkeerslabel”. Dit label wordt toegekend door het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Zeeland (ROVZ) aan scholen die een meer dan gemiddelde aandacht schenken aan de verkeersles. Behalve de ‘gewone’ lessen, vinden de volgende extra activiteiten plaats.
Onze school wil zich onderscheiden door extra aandacht te besteden aan het muziekonderwijs. Met name het zelf muziek maken door kinderen staat daarbij op de voorgrond. Waarom deze extra aandacht?
Wat leren de kinderen? We streven de volgende doelen na. Als een kind na groep 8 van school gaat, dan kan zij/hij:
Ook is het in de gelegenheid gesteld om de blaastechniek van een rietblaasinstrument onder de knie te krijgen. Om dit doel te bereiken hebben we een aantal saxofoons aangeschaft en huren we een vakdocent in.
De overheid vraagt ons een beleid te voeren om de kinderen op te voeden tot actieve en betrokken deelnemers van onze maatschappij. Dit beleid hebben we verwoord in ons plan “Burgerschap en Integratie”. Enkele punten hieruit zijn:
De kinderen van groep 3 t/m 8 ontvangen een rapport. Deze worden uitgereikt rond Sinterklaas, bij Pasen en voor de zomervakantie. Om ouders op eventuele probleempjes voor te bereiden, kiezen we ervoor om de kijkavonden te plannen voordat de kinderen het rapport ontvangen. De ervaring leert dat rapporten thuis nogal eens zoek raken. Daarom zien we graag dat het eerste en tweede rapport binnen twee weken op school ingeleverd wordt. Het zomerrapport moet in de eerste week van de grote vakantie terug op school zijn.
Wij kiezen ervoor om bij de rapporten te werken met het traditionele cijfersysteem. Ouders hebben (via enquête) aangegeven dit het meest duidelijk te vinden. Dit is ook onze opvatting. Daarbij komt: in het voortgezet onderwijs wordt er ook met cijferrapporten gewerkt.
Voorbereiding school(keuze) groep 8
De procedure m.b.t. de schoolkeuze voortgezet onderwijs verloopt in grote lijnen als volgt.
Vanaf groep 6 nemen de leerlingen geregeld huiswerk mee. De zwaarte ervan neemt toe in groep 7 en (vooral) groep 8. Verdere informatie over het huiswerk (leerstof, wijze van overhoren, leren van studievaardigheden enz.) vindt u in de “Huiswerkgids”, welke als bijlage van deze schoolgids uitgereikt wordt aan de ouders vanaf groep 6. Voor belangstellende ouders van de lagere groepen: graag sturen we de gids per mail naar u toe.
Een school is geen bedrijf en het is daarom moeilijk om exacte “bedrijfsresultaten” te presenteren. Dit geldt zeker als je spreekt over doelstellingen op het gebied van bijvoorbeeld goede sfeer en sociaal gedrag en extra hulp aan kinderen. Elk jaar opnieuw investeren we hier energie en tijd in. Wat betreft het “eindresultaat onderwijs”, kunnen we melden dat er ook dit jaar een aantal leerlingen voor het voortgezet onderwijs is ‘klaargestoomd’.
De verdeling naar het vervolgonderwijs vanaf het jaar 2000 t/m 2009 was als volgt:
Opmerking: Scholen kunnen hun Cito-scores opschroeven door zwakke leerlingen niet aan de toets mee te laten doen. (Daar kunnen overigens goede redenen aan ten grondslag liggen.) Op onze school kennen we een deelname van 100 %.
Schooladvies naar een type brugklas zegt niet alles. Is er goed gekozen en komen de kinderen bijvoorbeeld ook daadwerkelijk in de tweede klas van hetzelfde type onderwijs terecht? Onder zoek leert dat dit voor meer dan 90 % het geval is.
De resultaten van de Cito-Entree toets (gr. 7) en de Cito-eindtoets (gr. 8) vanaf het jaar 2000 t/m 2011, ten opzichte van het landelijk gemiddelde, zijn als volgt:
Cito Entreetoets groep 7: |
-onder het gemiddelde: 2 |
Cito Eindtoets (groep 8) (B-rapport) |
-onder het gemiddelde: 1 |
Groep 1 t/m 4:
‘s morgens:
8.45 - 12.00 uur (op woensdag: 8.45 - 12.15 uur)
‘s middags:
13.00 - 15.15 uur (op maandag)
13.00 - 14.30 uur (op dinsdag, donderdag en vrijdag)Groep 5 t/m 8:
‘s morgens:
8.45 - 12.00 uur (op woensdag: 8.45 - 12.30 uur)
‘s middags:
13.00 - 15.15 uurOpmerkingen:
Om te voorkomen dat de kinderen van groep 1 t/m 4 (welke minder uren moeten maken) geconfronteerd worden met te lange schooldagen, hebben we gekozen voor verschillende eindtijden. Dit kan bezwaarlijk zijn voor ouders bij het van school halen, als zij kinderen hebben in de lagere én de hogere groepen. Daarom bieden wij de mogelijkheid om uw jongere kind onder toezicht op school te laten, tot de eindtijd van de oudste groepen. Indien u van deze faciliteit gebruik wilt maken, moet u dat afspreken met juf Cocky (ma. t/m wo) of juf Danielle/Atie (do. en vr.)’s Morgens is het schoolgebouw voor leerlingen toegankelijk vanaf 8.30 uur; ‘s middags vanaf 12.45 uur.
Herfstvakantie:
ma. 24 t/m vr. 28 oktober.
Kerstvakantie:
ma. 26 december t/m vr. 6 januari
Voorjaarsvakantie
ma. 20 t/m vr. 24 februari
Paas- + meivakantie:
vr. 6 t/m di. 10 april
Koninginnedag:
30 april
Meivakantie:
ma. 7 t/m vr. 18 mei
Pinksterdag
ma. 28 mei
Zomervakantie:
ma. 2 juli t/m vr. 10 aug.
Opmerking: Soms vragen ouders ons of er (voor een vakantie) een ‘vroegertje’ is. Ons beleid is echter om geen vroegertjes te geven. Enerzijds doen we dit om de eenduidigheid te bevorderen; anderzijds is het natuurlijk ook zo dat we ons aan het minimum aantal lesuren dienen te houden.